Geschiedenis

Oorlogen, epidemieën, afwijkingen, zijn er altijd de oorzaak van geweest dat een deel van de wereldbevolking gehandicapt is.
Reeds in de oudheid is er een relatie tussen gehandicapten en het doen van oefeningen voor herstel waarneembaar.
Voor veel gehandicapten was het niet mogelijk zich een plaats te verwerven in de validesport. Tijdens hun revalidatie zijn veel van hen met sportbeoefening in aanraking gekomen. In de verschillende revalidatiecentra groeide langzaam het besef dat sportieve ontwikkeling in hoge mate kan bijdragen tot terugkeer in de maatschappij.

In het bijzonder de voortrekker van de moderne gehandicaptensport, Sir Ludwig Guttmann, werkzaam in het Stoke Mandeville Hospital te Engeland, onderkende al snel dat het aan sport doen een zeer gunstige invloed had op het spiersysteem. Onder zijn leiding gaat men tijdens het revalidatieproces aan sport doen. Vooral sporten die weinig tot geen aanpassing behoefden zoals tafeltennis en handboogschieten hadden in het begin de voorkeur. Door deze ontwikkeling hervond de betrokkene het zelfvertrouwen en gevoel voor eigenwaarde terug.

Na de 2de Wereld Oorlog had men in Nederland een groot aantal oud-militairen die door het oorlogsgeweld blijvend gehandicapt zouden zijn. Na de revalidatie bracht hun ervaringen hen er toe naar mogelijkheden te zoeken om de sportbeoefening voor te zetten. Vanuit hun belangenorganisatie de Bond voor Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers, kortweg BNMO werd meer en meer de behoefte voelbaar om georganiseerd sport te bedrijven.

Met het verstrijken der jaren kwam ook de mogelijkheid voor niet-militairen gehandicapten zich aan te sluiten bij de verschillende sportclubs. Vergrijzing van de oorlogsslachtoffers heeft er echter toe geleid dat de BNMO naar de achtergrond werd gedrongen. De vraag naar sport bleef en aldus ontstonden de eerste sportverenigingen voor gehandicapten. De bond bleef de eerste jaren nog wel een belangrijke subsidiegever.

TPL_BEEZ2_ADDITIONAL_INFORMATION